ALV DNA in de bouw 2019

  • 2 juli 2019

Op 5 september 2019 komt vereniging DNA in de bouw bij elkaar voor een ALV op onze nieuwe stek, Horaplatsoen 20 in Ede. Alle leden zijn van harte uitgenodigd zich te laten bijpraten over DNA én over de projecten AZEB (met feestelijke overhandiging!!) en WNR.

Programma:

16:00    Financiële jaarverslagen 2016 en 2017 en begroting 2020

16:30    Benoeming nieuwe kascommissie

16:35    Benoeming nieuwe bestuursleden (secretaris, algemeen)

16:45    AZEB: nieuws en resultaten uit Europees project rondom betaalbaar energieneutraal bouwen

17:15    WNR: stand van zaken woonlastenneutrale renovatie

Aansluitend trakteert DNA op een zomerse netwerkborrel en buffet in de nieuwe gezellige Hora-binnentuin.

>> Hier meld je aan

ALV DNA


DNA-expertavond het dak als energiebron

  • 19 mei 2019

Zonne-energie kan op verschillende manieren worden ingezet. De DNA-expertavond van 9 mei stond in het teken van oplossingen met thermische energie: het dak als energiebron. Een zeer boeiende avond met veel informatie en leerstof. De ontwikkeling van de systemen zijn in volle gang, maar nu al toepasbaar. Installatietechnieken die elkaar versterken en aanvullen. Drie sprekers van veel toegepaste zonne-energysystemen vertelden over hun concept. Zowel de werking als toepassing van hun systemen zijn uitgebreid besproken. 

SolarFreezer – comfort zonder aardgas

Jacques Mathijsen van SolarFreezer vertelde over de techniek dat collectoren warmte aan de zon en de buitenlucht onttrekken. De thermische energie gaat naar een warmtepomp. Produceren de collectoren te veel thermische energie, dan wordt deze opgeslagen in een buffer in de kruipruimte en is te gebruiken in de koude periodes.

In de presentatie van Jacques vind je meer informatie.

zonne-energie

VolThera Plug & Play

Daarna was het woord aan Peter de Bree van Alius Energy om over hun Volthera PVT-systeem te vertellen. Volthera panelen zijn hybride panelen die zowel elektriciteit als warmte opwekken. De panelen worden als bron voor een warmtepomp gebruikt. Een zonnepaneel is aan de achterzijde voorzien van een collector waarmee tegelijkertijd elektriciteit en warmte geproduceerd kan worden.

Voor meer info kun je Peter’s presentatie downloaden.

zonne-energie

Viridi Production

Tot slot kreeg Johan Visser van Viridi Production het podium. Dit bedrijf is sinds 2015 bezig met de ontwikkeling van een eigen gepatenteerde PVT collector. In deze zoektocht naar de ideale oplossing is de afgelopen jaren veel kennis en ervaring opgebouwd,  zo vertelde hij. Over PVT wordt soms lacherig gedaan, en wanneer wij Saxion moeten geloven (en onze door TNO verzamelde data) is het de oplossing voor de toekomst. Wat kun je nu met PVT? En hoe werkt PVT over het jaar heen? Daarover vertelde Johan meer in detail om de deelnemers te overtuigen dat PVT de toekomst heeft!

Er waren 25 mensen aanwezig op de expertavond van DNA, het dak als energiebron leeft. Na de presentaties hebben de deelnemers in drieën groepen vragen opgesteld die daarna aan de sprekers zijn voorgelegd.

>> Actuele en voorbije expertmeetings van DNA


Warmtenetten met geothermie: een haalbaar alternatief voor aardgasvrije wijken?

  • 19 april 2019

In Nijmegen is de wijk Hengstdal aangewezen om als eerste wijk van het gas te worden afgesloten. De gemeente, bewoners, woningcorporaties en netbeheerder Liander zijn met elkaar in gesprek over hoe de wijk aardgasvrij kan worden. Als actief lid van de Stichting Duurzaam Hengstdal heeft bewoner Peter Daanen gedegen onderzoek gedaan of een warmtenet met geothermie een alternatief kan bieden op ‘all-electric’. Hiervoor heeft hij ook zijn licht opgestoken in het buitenland. Zijn verrassende conclusies deelde hij op een DNA-expert avond.

Met dank aan Peter Smit die dit uitgebreide verslag maakte.

Een avond over twee plannen met diepe geothermie

Hengstdal is een wijk in het oosten van Nijmegen, 84 ha groot met ongeveer 3500 woningen en 7000 inwoners. Er zijn scholen, winkels, restaurants, een herontwikkeld kazerne terrein (appartementen), een asielzoekerscentrum, een wijkcentrum en verschillende parken en plantsoenen. De bebouwing varieert van 1890 tot 2010. Woningcorporaties bezitten ongeveer 60% van de woningen waaronder een complex rijtjeswoningen van rond 1930 en flats van rond 1950. De corporaties renoveren die woningen nu tot label B, en zijn als organisaties aan het fuseren. Bewoner Peter Daanen is musicus en elektronicus en lid van Stichting Duurzaam Hengstdal.

Rond 2017 besloot de gemeente dat deze wijk als een van de eerste van het gas af zou moeten.  De gemeente vroeg adviesbureau CE Delft hoe dat het beste kon.  CE Delft raadde aan om alle woningen en andere gebouwen ‘all electric’ te maken.  Daanen vormde met 15 andere bewoners een groepje om deze aanbeveling tegen het licht te houden.

Miljoenen zonder zekerheid

Netbeheerder Liander kon niet garanderen dat er voldoende elektriciteit zal zijn om alle energie die de wijk nu uit gas betrekt te vervangen.  Dat zou ongeveer 10 x zo veel kWh vergen als de wijk nu aan m3 gas betrekt.  Daarvoor zouden alle elektrische leidingen moeten worden vervangen, en zouden de huidige 20 transformatorhuisjes moeten worden aangevuld met nog eens 40.  Energetisch gezien zou de overstap van gas naar elektrisch niet meteen betekenen dat dit energie bespaart: het rendement van gasketels voor een cv-installatie in woningen is namelijk erg hoog (rond de 90%) terwijl het rendement van een gasgestookte elektriciteitscentrale slechts rond de 60% ligt.  Praktisch gezien is elektrisch stoken (ook met warmtepompen) alleen betaalbaar als de woning weinig energie nodig heeft, dus er zou flink geïsoleerd moeten worden, elke woning moet een ventilatiesysteem met warmteterugwinning krijgen en de cv moet worden aangepast op lage-temperatuurverwarming.  De corporaties zeiden dat dit samen met het vervangen van gasfornuizen en gasgeisers e.d. voor hun woningen in deze wijk € 200 miljoen zou kosten.  Zowel de netbeheerder als de woningcorporaties stonden open voor alternatieven.

Een woonlastenneutraal alternatief?

Het groepje met Daanen dacht dat als de straten toch open moeten voor extra kabels dan is een andere optie het aanleggen van een warmtenet (leidingen met warm water door de hele wijk).  Dat had CE Delft afgewezen omdat er geen bestaand warmtenet in de buurt is om op aan te sluiten en omdat er in de wijk geen warmtebron is (bijv. industrie met restwarmte).

Welke financiële ruimte is er voor een alternatief?  De wijk verbruikt momenteel ongeveer 7 mln m3 gas per jaar: woningen gemiddeld 1350 m3 per jaar en utiliteitsgebouwen (alle niet-woon gebouwen) gemiddeld 2000 m3 per jaar.  Toen Daanen begon met rekenen ging er dus rond de € 5,4 mln per jaar de wijk uit naar de gasleverancier; in 2019 is dit opgelopen tot € 6,3 mln.  Bij elkaar geteld voor 30 jaar (de looptijd van veel financieringen) komt dat nu op € 189 mln.  Daanen neemt aan dat een alternatief plan deze financiële ruimte mag innemen zonder dat het voor de bewoners duurder wordt.

Geothermie

De plannen die Daanen en zijn groepje zijn gaan doorrekenen zetten in op een warmtenet dat gevoed wordt door diepe geothermie of aardwarmte.  Voor de woningen betekent dat er minder geïsoleerd hoeft te worden, en dat de gasketel wordt vervangen door een afleverset (warmtewisselaar van de stadsverwarming).  Die is maar 60 x 40 cm, en je kunt hem ook in staande stand krijgen, dus dat past wel in de meterkasten.  De aanleg van het warmtenet in Hengstdal schat Daanen op € 20 mln.

Voor deze wijkverwarming is een warmtebron nodig van ongeveer 5 megawatt.  Die is te vinden op 3,5 tot 4,5 km diepte onder Nijmegen in een ‘kolenkalk’ laag.  Onder een waterdichte zoutlaag zit daar warm water van 115 tot 150 graden (vanwege de druk wordt het geen waterdamp).  Als je het een eind verderop weer in de ondergrond terugpompt zal het afgekoelde water niet gauw de productieput doen afkoelen.  Daanen liet een filmpje zien over hoe je vanaf één boorlocatie zowel de productieput als de injectieput kunt maken (beide kanalen buigen af).  Op 4 km diepte komen die twee punten wel 1 tot 2,5 km uit elkaar te liggen.  Zo’n geboord doublet blijft zeker 30 jaar bruikbaar.

Geothermie vanaf de beoogde grote diepte is niet erg bekend.  In zijn presentatie probeerde Daanen een paar spookverhalen weg te nemen.

Misverstanden rond aardwarmte

1. Boorgaten maken en gebruiken geeft kans op aardbevingen

Er is al 30 000 keer geboord in Nederland (bijv. op zoek naar zout of gas), o.a. bij Valburg.  En er zijn nu 17 geothermische bronnen in gebruik.  Daarbij is nog nooit een probleem opgetreden.  Gaswinning kan wel aardbevingen opleveren, maar daar wordt ook echt gas onttrokken.  Bij geothermie wordt net zo snel teruggepompt als eruit wordt gehaald.

2. Verwerking van meer dan alleen water en zand is ingewikkeld

Gespecialiseerde boorbedrijven weten goed hoe ze het spoelwater moeten filteren, organische stoffen (olie e.d.) moeten verzamelen en laten vernietigen, en radio actieve stoffen moeten inpakken en aanbieden in Petten. Wat meer dan zand en water naar boven komt, is lastig te verwerken.

3. Afkoeling van de aarde

Na enkele decennia kan een boorgat inderdaad minder warm worden.  Dan kan een nieuwe schuine tak vanaf die locatie geboord worden om te kijken of vanuit die andere richting wel weer warm water naar de diepe productieput komt.  In principe ontstaat de warmte door kernreacties diep in de aarde en die houden er voorlopig niet mee op.

4. Bedreiging zuiverheid van drinkwater

Dit is een probleem van de eerste 100 m (diepste waterwinput in Heumensoord is 40 m).  Boorbedrijven weten tegenwoordig goed hoe ze die 100 m moeten afschermen met zogenaamde casings.

4. Ongelooflijk hoge kosten

Vaak zijn de kosten van de distributie (warmtenet door de wijk) hoger dan van het aanbrengen van een geothermische bron.  De kosten van een tweetal putten bedragen ongeveer 1,8 mln per km diepte.  In de diepte stijgt de temperatuur met 31 graden per km.  Dus dieper boren is duurder maar levert ook meer warmte op.  Verder werd al eerder gezegd dat ook bij een all electric oplossing alle straten open zouden moeten (dikkere kabels nodig), dus vergelijkenderwijs is geothermie met stadsverwarming niet schrikbarend veel duurder.

5. Het voorval in Staufen zou zich kunnen herhalen

Staufen is een plaatsje in het Zwarte Woud waar men een grondwaterwarmtepomp wou aanleggen.  Dit is geen diepe geothermie, dus de eisen zijn minder streng.  En het was nog voor dat men veel ervaring had met boren.  Over de ondergrond was daar niet veel bekend.  Na 150 m kwam de boor door een laag anhydriet oftewel uitgedroogd gips.  Het warme grondwater lekte langs de boring en begon de kalk te blussen tot gips waardoor het uitzette.  Er bleef grondwater bij komen dus het bleef uitzetten.  Het hele dorp werd opgetild en gebouwen scheurden.  In Nederland is echter veel bekend over de bodem.  In 2019 wordt de regio Wageningen-Nijmegen seismisch gedetailleerd in kaart gebracht tot 8 km diepte.

Warmtebuffer

Maatgevend voor het warmtenet en zijn voedende boorlocatie wordt dan de koudste week in de winter: ook dan moet voldoende warmte geleverd kunnen worden aan alle gebouwen.  In 1987 was er een week waarin de temperatuur in  Nederland meerdere dagen onder de -17 graden Celsius bleef.  Om daar de installatie op af te stellen is echter niet efficiënt.  In de meeste jaren is zo’n piekvermogen helemaal niet nodig.  Het is veel handiger om in zo’n week op een reserve terug te kunnen vallen.  De reserve kan in de warme periodes van het jaar worden opgeladen met heet water uit de bron.

Een ‘ecovat’ is een groot ondergronds buffervat waarin warm water kan worden opgeslagen.  Ze zijn zeer efficiënt: minder dan 10% warmteverlies in zes maanden.  Dat maakt ze geschikt om zomerwarmte vast te houden tot de winter.  De bouwkosten zijn laag ten opzichte van bestaande alternatieven: hoe groter des te goedkoper per m3 inhoud.  Ze zijn ook goedkoop in onderhoud want er zijn geen bewegende delen die kunnen slijten of blokkeren.  Het water erin blijft staan, en daardoor blijft het tegendruk geven tegen de aarde en het grondwater eromheen.  Het wordt verwarmd of er wordt warmte aan onttrokken door interactie-circuits met ander water.

Daanen liet een filmpje zien over de aanleg van zo’n vat: eerst wordt een paar meter grond weggegraven, dan wordt een damwand aangebracht in een kring tot bijv. 40 m diep, vervolgens wordt de kring laag voor laag uitgegraven en wordt zo’n laag van de wand voorzien van een isolatie pakket.  Na al die ringen komt een bodem erin en een deksel erop, en wordt er weer grond overheen gestort.

Een ‘ecovat’ van 40 m doorsnede kan voldoende warm water bevatten voor een piekweek voor 1000 woningen.  Kleinere ‘ecovaten’ voor bijv. 200 woningen zijn ook mogelijk.  Daanen begon met te rekenen met vaten met water van 95 graden dat wordt opgewarmd uit een geothermische bron.  Ze kunnen ook gevoed worden door zonnecollectoren of zelfs door een warmtepomp die draait op overtollige elektriciteit in de zomer.

Nog een buffer: olifantsgras

Nu is de capaciteit van een ecovat begrensd; als een ijskoude week valt aan het eind van de winter waarin al eerder een beroep is gedaan op de warmte uit het vat dan zou het fijn zijn nog een andere installatie achter de hand te hebben.  Als aanvullende piek-achtervang heeft Daanen gekeken naar een biomassacentrale op olifantsgras.  Een goed gewortelde plant groeit jaarlijks tot 4 m hoog op alle soorten grond.  1 ha levert 20 ton gras en dat levert dan ongeveer 70.000 kWh aan warmte op als je deze biomassa opstookt.  Door het maaisel te hakselen (versnipperen) kan het redelijk compact bewaard worden.  Het oogsten en hakselen kost energie d.w.z. leidt tot de uitstoot van CO2, maar doordat het zo snel groeit heeft het na een jaar die hoeveelheid CO2 grotendeels weer opgenomen.  Hopelijk kan het ergens in de nabijheid worden geteeld zodat er niet veel energie in de aanvoer gaat zitten.  Daanen wil het in kunnen zetten om er water voor het warmtenet mee te verwarmen in korte mogelijke periodes van piekvraag.

Het eerste plan: warmtenet met 1 geothermische bron

Dit plan bevat een warmtenet voor Hengstdal met één geothermische bron van 5 MW, enkele ecovaten van 40 m en een loods vol biomassa uit olifantsgras met een biomassaketel.  Deze geothermische bron is vrij klein want dat is genoeg om voldoende warmte voor de wijk naar boven te halen: hij werkt het hele jaar door en geeft dus de hele zomer warmte af aan de ecovaten.  De ecovaten zijn vrij groot want dat maakt ze efficiënter.  In het plan is de behoefte aan warmte beperkt doordat de woningen geïsoleerd zijn tot label B.  Wat betreft de sociale huurwoningen neemt Daanen de kosten van het isoleren niet mee in zijn plannen want corporaties moeten hun woningen toch al tot dat niveau bijwerken en daarvoor hebben ze ook gespaard.  Daanen betrekt wel het isoleren van de particuliere woningen in zijn plan en neemt aan dat ook die voor gemiddeld € 10 000 tot € 15 000 naar label B gebracht kunnen worden.  Hierin neemt hij ook de moeilijkste gevallen in de wijk mee: een aantal oude kleine woningen die nu nog label F hebben.  De radiatoren en cv leidingen in huis kunnen blijven zoals ze zijn.  De totale kosten per woning komen dan op € 3500 tot € 5000 (installaties en leidingen) of gemiddeld € 13500 tot € 20000 (inclusief isolatie).

Als jaarlijkse kosten noemt Daanen allereerst de kosten van vastrecht en de warmtemeter van het warmtenet: € 335 per jaar.  Daarbij komt de warmte die van het warmtenet wordt afgenomen.  Toen Daanen begon te rekenen mocht voor de warmte € 24 per GJ gevraagd worden volgens de ACM.  Dat kwam overeen met de kosten van 28,5 m3 gas.  In 2019 is dat opgelopen tot € 28.  De meeste warmtenetten bieden nu warmte aan voor maximaal de prijs die je voor een overeenkomstige hoeveelheid warmte uit gas kwijt zou zijn (het zogenaamde ‘niet meer dan anders’ tarief).  Maar als het warmtenet voor deze wijk onder die prijs wil gaan zitten dan mag dat.  Daanen verwacht voor de werking van de geothermie, de ecovaten en de aanschaf van de biomassa plus het afbetalen van alle investeringen voor plan 1 duidelijk lager uit te komen dan € 24 per GJ.

De volgende illustratie geeft plan 1 schematisch weer.  Tussen de ecovaten en de woningen dient nog de biomassacentrale te worden toegevoegd die alleen bij strenge vorst wordt aangesproken.

Het tweede plan: ORC (Organische RankineCyclus)

Warmtebronnen zoals geothermische bronnen kunnen ook elektriciteit opleveren.  Een techniek hiervoor heet ORC (Organische RankineCyclus).  Het lijkt op een stoommachine: een organische stof wordt vanuit de bron zodanig verwarmd dat hij uitzet, die expansie drijft een turbine aan en die is gekoppeld aan een generator die elektriciteit opwekt.  Daarna moet de warme substantie afgekoeld worden tot de begintemperatuur (bijvoorbeeld 15 graden) en dan doorloopt de stof deze stadia opnieuw.  Zodoende kan zelfs warmte van minder dan 100 graden (maar ruim boven de begintemperatuur) al gebruikt worden om elektriciteit op te wekken.

ORC is niet erg efficiënt.  Daanen gaat uit van een rendement van 14% (vergelijk 40% voor een stoomturbine).  Toch levert een geothermische warmtebron door middel van de ORC makkelijk voldoende elektriciteit voor zijn eigen pompen.  Verder heeft Daanen zich voor plan 2 gericht op een grotere geothermische bron van 20 MW want dat kost niet meer dan een van 5 MW.  De aanlegkosten van een geothermische bron gaan namelijk per geleverde eenheid warmte eerst omhoog als de installatie groter wordt, maar boven de 7,5 MW gaat de prijs per eenheid naar beneden.  Seismisch onderzoek zal moeten uitwijzen of zo’n grote geothermische bron in Nijmegen realistisch is.

Door een ORC te koppelen aan de geothermische bron van 20 MW verwacht Daanen een overschot aan elektriciteit van 21 GWh per jaar, naast de stroom voor de pompen van de bron en de pompen van het warmtenet.  Die extra elektriciteit (zeer constante levering het hele jaar door) denkt hij aan elektriciteitsbedrijven te verkopen voor € 735 000 per jaar.  Nadat het ORC-gas de turbine heeft aangedreven wil Daanen het in stappen afkoelen.  Eerst in een warmtewisselaar die de warmte afdraagt aan ecovaten voor middelmatige temperaturen (MT, geschikt voor standaard cv installaties).  Dan aan ecovaten voor lagere temperaturen (LT, geschikt voor vloerverwarming).  En ten slotte naar gebruikers van restwarmte (bijv. een zwembad dat liever begint met water van 30 graden in plaats van leidingwater van 12 graden).  In dit plan verwacht hij geen biomassa voor incidentele piek-weken nodig te hebben omdat de bron nu veel groter is en er meer ecovaten worden geplaatst.  Hij verwacht dat de prijs per GJ warmte bij plan 2 lager uit zal komen dan bij plan 1, mogelijk zelfs lager dan € 17 per GJ.  Dit komt vooral doordat de ORC bijna gratis elektriciteit zal opwekken ter plaatse, vlak bij de pompen die veel elektriciteit nodig hebben.  Hieronder een schematische illustratie van Plan 2 van Daanen.

geothermie

Voorbeelden geothermie met ORC uit Duitsland

  • Sauerlach was een vroeg voorbeeld waarbij van alles fout ging en veel geleerd is. Er is geen warmteopslag want de ondergrond is er van steen (Beieren) dus een door de grond geïsoleerd ecovat (als dat toen al was uitgevonden) is daar onmogelijk.  Het warme ORC-gas wordt gekoeld met ventilatoren.
  • Pullach, waar tot 4 km diep een serie van drie putten is geboord vanaf één locatie voor € 9 mln
  • Landau, waar het geheel te snel is opgestart. De ondergrondse terugstroom van de injectieput naar de productieput was nog niet op gang gekomen en er werd toch al flink aan de productieput gezogen.  Toen is er een ondergronds vacuüm ontstaan en zijn er aardschokken gevoeld. Dit is inmiddels aangepast.
  • Unterhaching maakt gebruik van de Kalina techniek. Die lijkt op ORC maar werkt met ammoniak.  Dat is duurder want het brengt een veiligheidsrisico met zich mee.

Al deze voorbeelden liggen rond München.  De investering wordt er terugverdiend in een jaar of 20.  In de diepte zit daar een bijzonder dikke laag warm water waardoor zeer grote geothermische bronnen mogelijk zijn.

De twee plannen vergeleken

Het tweede plan is veel groter om geothermie en ORC optimaal te laten werken.   Dus plan 2 omvat niet alleen Hengtsdal maar heel Nijmegen Oost.  Daanen heeft het volgende met een man of 4 allemaal nagerekend voor de twee plannen.

geothermie Hengstdal onderzoek

 

Bij die jaaropbrengst is uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 30 jaar.  In deze berekeningen is geen rente, maar zijn ook geen subsidies meegenomen.  Deze plannen vereisen 3500 respectievelijk 14 000 afnemers.  Daar moet wel zekerheid over bestaan.  Er is al eens een geothermie project over de kop gegaan (Leyweg Den Haag) omdat het eerder klaar was dan de wijk die ermee verwarmd zou worden: zonder klanten ga je failliet.

Als de kolenkalklaag in de diepte voldoende dik en poreus is zijn dit soort plannen mogelijk in bijna elke wijk van Nijmegen.  Misschien niet op het Radboud terrein want dat ligt in een waterwingebied, dus daar zijn diepe boringen en ondergrondse ecovaten uit den boze.

Een andere aanwezige wees erop dat over de warmte leveringen in deze plannen geen belasting is bijgeteld.  De huidige kosten voor gas en elektra voor kleinverbruikers bestaan juist grotendeels uit belastingen.  De een denkt dat de overheid, als warmtenetten grote vormen gaan aannemen, ook uit deze energiedrager een inkomen zal willen verwerven.  De ander denkt dat de overheid ‘nieuwe’ energievormen niet wil frustreren met belastingen zo lang de energietransitie nog niet is voltooid.

Daanen herhaalde dat bij beide plannen de woningen en andere gebouwen iets beter geïsoleerd moeten zijn dan nu, en dat ook de bewoners in hun gedrag iets meer moeten letten op het sluiten van deuren en ramen.  Ondertussen beseft hij wel dat er altijd een paar extreem grote verbruikers zullen zijn: huishoudens van een groot gezin of met een sauna of die de thermostaat graag op 27 zetten.

Wat betreft het isoleren ziet Daanen een proces voor zich met elk jaar een thema.  Eerst zo veel mogelijk deelnemers zien te organiseren: er zijn nu al 450 bewoners die zich hebben opgegeven voor een nieuwsbrief.  Dan een jaar bijvoorbeeld alle daken aanpakken.  Dat leidt wellicht tot serieproductie en scherpere prijzen.  Dan het volgende jaar bijv. alle funderingen en kruipruimtes.  En dan een jaar ventilatiesystemen, een jaar muren en een jaar ramen, enz.  Zo kunnen de bewoners de kosten van het isoleren spreiden over een aantal jaren.

Voor Hengstdal is Daanen nu in gesprek met de corporaties en de gemeente.  Er is ook belangstelling van de provincie, en van Binnenlandse Zaken.  Voor het plan voor Nijmegen Oost zou hij ook Duitse bureaus erbij willen halen.  In Nederland is slechts één adviesbureau voor geothermie.  Die hebben een aantal installaties aangelegd voor tuinbouwbedrijven met kassen.  De Erasmus Universiteit van Rotterdam heeft voor die projecten berekend dat de CO2 die ontstaan is door het boren en het leidingleggen in 2,5 maanden weer is goedgemaakt middels de besparing op uitgestoten broeikasgassen door de werkende installatie.

Gevraagd naar zijn visie op de toekomst zei Peter Daanen dat grotere plaatsen over zullen gaan tot deze geo+vat+ORC combinatie maar dat het voor kleinere plaatsen en voor plaatsen met weinig water op 4 km diepte niet haalbaar is.  Daar zullen voorlopig warmtepompen nodig zijn.

Open vragen

Is de laag warm water diep onder Nijmegen groot genoeg voor een bron van 5MW, voor een van 20 MW of zelfs voor één hele grote voor de hele stad?  Hoeveel zekerheid kan geologisch onderzoek hierover bieden vóór men gaat boren?

Hoe groot is de kans dat een geboorde put niet veel warm water oplevert en men er dan chemicaliën onder hoge druk wil inbrengen (fracking) om een hem toch nog productief te maken?  Hoe groot is de kans dat na 30 of 300 jaar de casing van de bovenste 100 m gaat lekken en deze chemicaliën oprispen en in het grondwater terecht komen?  Is dit risico makkelijker te dragen voor iets dat fossiele brandstoffen vervangt in plaats van voor het winnen van een fossiele brandstof?

Als alle straten van een wijk voorzien moeten worden van warmteleidingen dan kunnen slechts enkele straten tegelijk op de schop omwille van de toegang voor nooddiensten.  Op hoeveel afstand van elkaar dus op hoeveel fronten tegelijk kan dan in de wijk gewerkt worden?  Hoeveel fases van straat afsluiten en weer openstellen gaan eroverheen voordat een aaneengesloten netwerk ontstaat?  Hoe lang duurt het voor het eerste deel van het warmtenet in gebruik kan worden genomen?  In hoeverre rendeert dat deel?

Klopt het dat een dikke leiding waar veel warm water doorheen gaat (hoofdader) minder warmte verliest dan een dunne leiding waarin het water het merendeel van de dag stil staat (aansluiting op een woning)?  Is het voordelig om steeds voor elke twee woningen één aansluit-leiding te leggen die zich pas vlak bij de gevel splitst?  Dienen die aansluitingen ook in de voortuinen flink diep te worden aangelegd zodat ze zo goed mogelijk geïsoleerd zijn tegen vorst?  Dient het warme water in de straatleidingen altijd in beweging te worden gehouden, desnoods door het weer terug te pompen naar het ecovat?

Zullen huishoudens die mee willen doen maar nog niet zo gauw een aannemer hebben om de isolatie te verbeteren toch al voordeel hebben uit een aansluiting op het warmtenet?  Voor welke huidige energie-labels kan dit worden aanbevolen?  Als het warmtenet aanvankelijk niet veel abonnees heeft en de inkomsten uit vast recht dus bijv. 10% lager zijn, hoeveel hoger moet de prijs per geleverde MJ dan worden?

Klopt het dat voor elke woning in Hengstdal eigenlijk een isolatie advies moet worden opgesteld, uitgaande van aansluiting op het warmtenet, maar afhankelijk van de huidige staat en energie label van het pand, eventuele status als monument, de kosten per GJ van het warmtenet, kosten per toe te voegen isolatie-graad en voor de daarbij benodigde ventilatie, beschikbare ruimte voor interne isolatie en de wensen van de gebruikers?  Ligt dit in ieder geval voor elke particuliere woning anders?  Hoeveel kosten dergelijke adviezen, en hoeveel deskundigen zijn er in Nijmegen die dat kunnen opstellen?

Op ander gebied (bijv. openbaar vervoer) wil de overheid vaak dat infrastructuur gescheiden wordt van dienstverlening/distributie/ klantencontact.  Zou dat hier ook kunnen?  Zou het zin hebben, bijvoorbeeld om de klant minder het gevoel te geven dat hij met een monopolie te maken heeft?  Zou het geheel dan met al die aparte bedrijfjes duurder worden?

Zullen de elektrische kabels in de wijk toch vervangen moeten worden door dikkere om elektrische auto’s op te laden?  Kan het openbreken van de straten voor de aanleg van het warmtenet gecombineerd worden met het trekken van nieuwe kabels?  Kan dit gecombineerd worden met het vernieuwen van de riolering?  Moet de straat eigenlijk maar voor tijdelijk dicht want een paar jaar laten moet alles weer open om gasleidingen te verwijderen (urban mining)?

Waar komen de grond- en leidingwerkers voor het aanleggen van een warmtenet vandaan?  Zijn arbeidsmigranten nodig om de hele wijk of zelfs heel Nijmegen oost van stadsverwarming te voorzien?  Is daar bijscholing (taal van de bouwplaats) en huisvesting voor beschikbaar?

Er zijn ORC’s voor schepen die draaien op de warmte van de scheepsmotor en waarvan de turbine niet alleen is aangesloten op een generator voor elektriciteit maar via een tandwielkast ook op de aandrijfas van het schip.  Dus het schip vaart mede op de warmte (naast de mechanische kracht) van de motor.  Zou de ORC voor Hengstdal ook via een tandwielkast de pompen voor de geothermie kunnen helpen aandrijven?  Is dat nog voordeliger dan eerst met de ORC elektriciteit maken en dan daarmee de pompen aandrijven?

Is in Nijmegen een geothermische boring eerder te verwachten in Nijmegen Noord, waar al een warmtenet aanwezig is, dan in Oost waar Hengstdal ligt?  Of zijn er complexen met blokverwarming in Nijmegen Oost waarop een pril warmtenet kan aansluiten zodat stadsverwarming in Oost toch snel ‘van de grond’ kan komen?

Is er naast geothermie met een warmtenet nog een alternatief voor de verwarming van de wijk, namelijk gas dat op een hernieuwbare wijze is gemaakt samen met onderhoud van het gasnet?  Zouden in de omgeving van de wijk visueel aanvaardbare windturbines kunnen worden geplaatst die waterstof produceren?  Zouden zonnepanelen kunnen worden geïnstalleerd in de wijk die zowel elektriciteit als waterstof produceren?  Zou die waterstof samengebracht en verwerkt kunnen worden tot leidinggas en zou er een gashouder in de wijk kunnen komen die groot genoeg is voor de energiebehoefte van een hele winter?  Hoe veel energie mogen de gebouwen dan vragen, d w z hoe goed geïsoleerd moeten ze worden?  Hoe duur wordt dat?


Ecowijk De Kiem flinke impuls voor energieneutraal wonen in Arnhem

  • 11 augustus 2016

In de nieuwe woonwijk Schuytgraaf wil de gemeente Arnhem een duurzame modelwijk realiseren met 50 koopwoningen: ecowijk De Kiem. Tien teams van kleine bouwpartijen ontwerpen en ontwikkelen samen met toekomstige bewoners comfortabele woningen met minimale energiekosten. Geïnteresseerden kunnen kiezen uit 10 zeer verschillende woningen, vrijstaand, geschakeld, gestapeld; energiezuinig gebouwd, met duurzaam materiaalgebruik. Ecowijk De Kiem betekent een flinke impuls voor energieneutraal wonen in Arnhem. Initiatiefnemer DNA in de Bouw stuurt het project aan. De voorverkoop start in september 2016. Als ecowijk De Kiem doorgaat, gaat de bouw in 2018 van start.

Ecowijk De Kiem - Schuytgraaf ArnhemOp www.ecowijkdekiem.nl zijn 10 ontwerpen te bekijken, inclusief tekeningen en prijsindicaties. De woningen zijn voor verschillende doelgroepen bestemd, zoals starters, senioren, gezinnen en alleenwonenden. Belangrijk uitgangspunt van De Kiem is de toekomstige bewoner vanaf het begin nauw te betrekken bij het project en mee te laten praten over ontwerp en realisatie. Niet alleen van zijn eigen woning, maar ook van de wijk. Alle woningen worden volgens de nieuwste bouweisen gerealiseerd. De meeste woningen zijn op korte termijn al te reserveren. De lancering van de Facebook-pagina van ecowijk De Kiem maakte eind juli veel los; de eerste gegadigden meldden zich snel aan.

Op de foto een van de 10 ontwerpen voor De Kiem: een tinyhouse appartement met veel licht waarbij je kiest of je boven of onder woont. Je bepaalt zelf hoe je de woning indeelt en of je dit zelf doet of laat doen.

Interesse in een duurzame woning op een prachtige plek?
Bekijk de website en de Facebook-pagina!

Schuytgraaf - De Kiem veld 3

Ecowijk De Kiem wordt in het zuidelijk deel van veld 3 ontwikkeld, zie de rode driehoek rechts.


Focus op duurzame bouwkwaliteit tijdens congres NulNu 2016

  • 29 juni 2016

Voor de tweede keer organiseerden DNA in de Bouw en Jaarbeurs het congres NulNu. Op maandag 13 juni 2016 pakten we opnieuw uit, met topsprekers en topverhalen. Met sprekers die inspireren met praktische informatie en handvatten bieden voor ieders eigen aanpak. Bijna 100 deelnemers kwamen naar Utrecht om wegwijs te worden in tools en methodieken voor duurzaam ontwerp, toetsing en garantie.

Bouwkwaliteit borgen, berekenen en beoordelen

Vanuit dit thema werkte DNA en Jaarbeurs een inspirerend programma uit. Duurzaamheid biedt in de bouw- en installatiesector grote economische kansen. Met groene groei-ambities als leidraad, is Nederland hard op weg naar een circulaire economie. Dit vooruitzicht is van grote invloed op de kwaliteit van bouwen. Omdat duurzame bouwkwaliteit veel meer inhoudt dan wat het Bouwbesluit voorschrijft, wordt kwaliteitsborging steeds belangrijker.

Grote foto: Alle deelnemers aan het eind op het podium om gezamenlijk te onderstrepen dat we vanaf morgen het verschil gaan maken met duurzame bouwkwaliteit: “Ja, ik wil en maak morgen het verschil!”

Op de congreswebsite lees je meer over het programma.
Hier vind je (binnenkort) ook de presentaties.
Tevens zijn binnenkort videoregistraties van een aantal presentaties te bekijken. Links worden toegevoegd aan deze pagina.

Een van de aanwezige journalisten bood DNA een artikel aan over de presentatie van Harm Valk: Tijd voor AQSI.


Tijd voor AQSI

  • 29 juni 2016

“Mensen zijn de gebruikers van gebouwen, en gebouwen krijgen pas waarde als we weten hoe mensen ermee omgaan. Dat is de kern van sociale duurzaamheid.” Harm Valk (Nieman RI) introduceerde tijdens het NulNu congres 2016 de AQSI tool; een methodiek om de sociale duurzaamheid van gebouwen te beoordelen. Hoe ervaren gebruikers een gebouw en welke impact heeft het op bijvoorbeeld gezondheid of productiviteit? Oh ja, en hoe meet je zoiets? 

“Soms moet je functioneren in een bepaalde ruimte, of je nou wil of niet. Bijvoorbeeld omdat je baas ergens een kantoorruimte heeft gehuurd. Maar hoe beleef jij als gebruiker zo’n gebouw? Of neem bijvoorbeeld scholen. Zou het niet mooi zijn als leerlingen van een VMBO zich simpelweg veilig voelen in hun schoolgebouw?” Harm Valk schetst een aantal voorbeelden van de menselijke beleving van gebouwen, om er vervolgens ontnuchterend aan toe te voegen dat er te vaak gebouwd wordt voor ‘de oplevering’, en dus niet voor ‘de mens’ in een gebouw.

Gebruiksvriendelijk
Als we kijken naar sociale duurzaamheid, dan staat niet de realisatie van een gebouw centraal, maar het traject vanaf de oplevering. Binnen de AQSI-tool wordt onder andere gekeken naar duurzaam gebruik, gezondheid, comfort, veiligheid en onderhoud. Er bestaat al een NEN norm (NEN-EN-15643-3) die het raamwerk biedt voor de beoordeling van sociale prestaties van gebouwen, en AQSI is geheel gebaseerd op deze norm. De methodiek van Nieman kan in wezen worden opgevat als een gebruiksvriendelijke schil; in zijn rauwe vorm is deze NEN-norm namelijk vrij lastig te hanteren (wilt u even deze 170 vragen beantwoorden?).

Subjectiviteit is geen probleem
Na de plenaire introductie wordt er in twee kleine sessies verder gepraat over AQSI. Valk benadrukt dat de focus op het menselijk aspect leidt tot kwalitatieve en subjectieve gegevens. “En dat is niet erg, want je probeert de kwaliteiten van een gebouw in de vingers te krijgen. Er zijn wél 170 aandachtspunten, maar er is geen criterium. De oplossing is dat je bijvoorbeeld drie of vier partijen vanuit verschillende invalshoeken en perspectieven om een oordeel vraagt. Dan ontstaat er gaandeweg een beeld.”

Harm Valk is van mening dat AQSI ook prima gebruikt kan worden voor procesbewaking: “Een mogelijke toepassing is dat je vooraf met de opdrachtgever de voorwaarden en eisen definieert en gedurende het hele proces bewaakt dat je bepaalde sociale kwaliteiten tot aan het eind van de rit behoudt. Dan zet je AQSI in als bewakingsinstrument. Een andere toepassing is dat je een analyse maakt van een bestaand gebouw; dan is het vooral een nieuwe invalshoek.”

“Iedereen zegt dat ze de klant centraal stellen, dit is een manier om te laten zien dat je het meent.” Carl-peter Goossen

DNA in de Bouw ondertekent manifest
Op de AQSI-website is veel informatie te vinden over de ins en outs van de nieuwe methodiek, er worden een paar cases besproken en er staat zelfs een “Manifest Sociale Duurzaamheid” online, https://www.aqsi.nl/nl/ondersteunende-instanties-van-het-manifest/ dat inmiddels is ondertekend door flink wat partijen, waaronder MVO Nederland, De Groene Zaak, Stichting VACpunt Wonen, DGBC, GPR Gebouw, ICDubo, Slimbouwen, de VLA en Activehouse.nl. Sinds 13 juni steunt ook DNA in de Bouw officieel de AQSI-tool. Voorzitter Carl-peter Goossens ondertekende tijdens het NulNu congres het manifest. Tijd voor AQSI!

Door Anton Coops (Contentpoint)


Duurzame modelwijk met bewonersparticipatie

  • 4 juni 2016

In het zuidelijk deel van veld 3 in de nieuwe wijk Schuytgraaf wil de gemeente Arnhem een duurzame modelwijk met bewonersparticipatie realiseren. Op verzoek van de gemeente ontwerpt en ontwikkelt DNA in de Bouw hier circa 50 duurzame woningen.

Het wordt een bijzonder veld: toekomstige bewoners kunnen kiezen uit woonconcepten met uiteenlopende duurzaamheidsthema’s als uitgangspunt, maar in ieder geval Nul op de Meter. Indien er heel veel belangstelling is, kan dit uitgebreid worden tot 100 woningen. De bouw gaat in 2018 starten.

Belangrijk uitgangspunt van dit project is het stimuleren van sociale verbanden zowel binnen het project, als binnen Schuytgraaf. De toekomstige bewoner wordt vanaf het begin nauw betrokken bij het project en praat mee over ontwerp en realisatie. Bewonersparticipatie in optima forma!

Tien verschillende woonconcepten

Schuytgraaf-P. Brouwer 2Schuytgraaf is een nieuwe wijk ten zuidwesten van Arnhem, dichtbij de binnenstad en met een landelijk karakter. Tot en met 2028 worden er ruim 6.000 woningen gebouwd voor zo’n 15.000 bewoners.
Veld 3 wordt in clusters van groepjes woningen verdeeld. Het aantal is groot genoeg om het project financieel haalbaar te maken en klein genoeg om besluitvorming goed te laten verlopen. Tien DNA-leden zijn aan de slag met een duurzaam woonconcept. Een DNA-lid stelt zelf een consortium samen om het project daadwerkelijk te realiseren. En is zelf verantwoordelijk om bewoners te werven voor zijn of haar idee.

Ruimtelijk en financieel haalbare cases

Eind 2016 wordt duidelijk of één of meerdere concepten een haalbare case opleveren, zowel ruimtelijk als financieel. Een onafhankelijke toetsingscommisie beoordeelt of projecten voor uitvoering in aanmerking komen. De commissie toetst onder meer of de indiener met een nZEB-berekening aantoont dat het concept voldoet aan de (bijna) energieneutrale norm en of de meerwaarde van het project voor duurzaamheid in de breedste zin van het woord bewezen is. Ook de betrokkenheid van de toekomstige bewoners en hun aantoonbare belangstelling, weegt aanzienlijk mee.

Lees het nieuwsartikel van augustus over Ecowijk De Kiem

Naar de website van de ecowijk

 

 


Congres NulNu 2016: Bouwkwaliteit borgen, berekenen en beoordelen

  • 13 april 2016

Duurzaamheid biedt in de bouw- en installatiesector grote economische kansen. Met groene groei-ambities als leidraad, is Nederland hard op weg naar een circulaire economie. Dit vooruitzicht is van grote invloed op de kwaliteit van bouwen. Omdat duurzame bouwkwaliteit veel meer inhoudt dan wat het Bouwbesluit voorschrijft, wordt kwaliteitsborging steeds belangrijker.
Er zijn vele tools en methodieken beschikbaar om te borgen, berekenen en beoordelen. Hoe raak je wegwijs? Welke selecteer je voor ontwerp, of voor toetsing en garantie? Hoe doe je het goed?

Voor de tweede keer organiseren DNA in de Bouw en Jaarbeurs het congres NulNu. Op maandag 13 juni 2016 pakken we opnieuw uit, met topsprekers en topverhalen. Met sprekers die inspireren met praktische informatie en handvatten bieden voor ieders eigen aanpak. Wie wegwijs wil worden in tools en methodieken voor duurzaam ontwerp, toetsing en garantie, mag NulNu 2016 niet missen.

Meer lezen op de congreswebsite

banner-home-NulNu16


Opleiding nieuwe nZEB-tool en Passiefhuis Vakman voorjaar 2016

  • 12 december 2015

In het najaar van 2015 zijn de eerste cursussen in de reeks Energetisch Rekenen van Stichting KERN door een groot aantal enthousiaste deelnemers gevolgd. Er hebben zich inmiddels al zo veel geïnteresseerden gemeld, dat begin 2016 nieuwe cursussen staan ingepland om te leren rekenen met de nZEB-tool. Ook de cursus Passiefhuis Vakman, die een goede voorbereiding is voor de cursussen Energetisch Rekenen, wordt begin 2016 opnieuw gegeven.

De cursussen worden gegeven door Stichting KERN die de nieuwe nZEB-tool mee heeft ontwikkeld. De nZEB-tool is de internationaal gerenommeerde energiebalansberekening voor zeer energiezuinige gebouwen. De nZEB-tool berekent de energiebalans van gebouwen eenvoudig, integraal en exact. Hij kan eenvoudig worden toegepast voor het berekenen van o.a. Nul-op-de-meter-, Active House en andere energie-efficiënte ontwerpen.

Cursusreeks Rekenen met de nZEB-tool

Stichting KERN geeft een introductiecursus en een 2-daagse opleiding om met de nZEB-tool te leren werken. DeIntroductiecursus nZEB-tool staat gepland voor 20 januari 2016 en kost 50 euro. De 2-daagse cursusRekenen met de nZEB-tool wordt op 4 en 9 februari gegeven en kost 350 euro. De nZEB-tool zelf is vanaf begin 2016 te verkrijgen via SBRCURnet. Meer informatie over de cursusreeks nZEB-tool.

Esther Schenkelaars van de E-novatiewinkel was één van de eerste cursisten: “Ik had nog geen tool gevonden waarmee ik energiezuinige renovaties optimaal kon ontwerpen. Eindelijk heb ik nu een tool waarmee ik garanties durf te geven op het energieverbruik.”

Cursus Passiefhuis Vakman met internationaal certificaat

Ook de 3-daagse cursus Passiefhuis Vakman staat begin 2016 weer op de agenda. Deelnemers kunnen kiezen voor de specialisatie in de bouwkundige of de installatietechnische aspecten van het passiefhuis. Wie slaagt ontvangt het internationaal erkende en gewaardeerde certificaat Passiefhuis Vakman. Cursusdata zijn 2, 3 en 10 februari 2016 voor de specialisatie gebouwschil en 2, 3 en 12 februari 2016 voor de specialisatie installaties. Het examen is op 20 februari. Deelnemen kan per module, maar wie inschrijft voor de gehele cursus kan gratis de examentraining op 15 februari volgen.

Meer informatie over de cursus gecertificeerd Passiefhuis Vakman.

Flexibele modulestructuur

Door de flexibele modulestructuur van de opleidingen en cursussen van KERN stelt de deelnemer zijn opleiding naar eigen inzicht samen en volgt hij altijd de opleiding die past bij zijn achtergrondkennis en werkveld. De hoofddocenten zijn Clarence Rose (passiefhuisspecialist), Henk Wegkamp (energetisch-economisch analist) en Carl-peter Goossen (passiefhuis ontwerpmanager). Zij zijn expert op hun vakgebied, hebben alle drie jarenlange ervaring met energiebewust bouwen en diepgaande kennis van de bouwpraktijk. Tevens zijn enkele gastdocenten betrokken. Alle cursussen worden gegeven in Ede. Op de website biedt KERN nog meer cursussen aan:www.stichtingkern.nl.

Over stichting KERN

Stichting KERN leidt vakmensen op die zelfstandig willen werken, verantwoordelijkheid durven nemen en participeren in efficiënte samenwerkingsvormen om kwalitatief hoogwaardig duurzaam te bouwen.

KERN staat voor kennisinstituut energetische renovatie en nieuwbouw en is opgericht voor brede kennisimplementatie over energetisch bouwen om de energietransitie in de bouw te versnellen. KERN verzamelt zo compleet mogelijk actuele kennis, stelt deze laagdrempelig beschikbaar en ontwikkelt opleidingen en cursussen. De stichting is een initiatief van vereniging DNA in de Bouw. De oprichting van KERN is mogelijk gemaakt door het IEE-project PassREg.


Scrum versnelt energieneutrale renovatie

  • 28 november 2015

Woensdag 27 november schoof de gehele bouwketen aan in het Arnhemse bezoekerscentrum Sonsbeek. Stadsregio Arnhem Nijmegen en DNA in de Bouw organiseerden er het laatste deel van de Trilogie Energieneutraal Bouwen 2013. Die vormde de aftrap voor het werken in zogenaamde scrumteams, waarin bouwpartners samen opgaan met bewoner of eigenaar voor energieneutrale renovatie.

Trilogie-co-creation-27.11-groepsfotoKLMen startte zijn droom op papier te zetten waar je over 10 jaar wil staan. Want over 10 jaar kan alles, maar morgen kan niets. In een bruisende sfeer wisselde men met elkaar een stroom van ideeën, visies en ervaringen uit over energieneutraal wonen, bouwen en renoveren. De door iedere groep benoemde belemmeringen werden vervolgens door te rouleren in een andere groep besproken en opgelost. Bekijk het filmpje.

Doorbraak in de renovatiesector
De bijeenkomst vormde de aftrap voor het werken in scrumteams met behulp van de morfologische ontwerpmethode. Scrummen gaat voor een doorbraak zorgen, vooral in de renovatiesector. Wie zo werkt, gaat zijn project goedkoper realiseren, begrijpt de ander beter en bovendien verdient iedereen er een eerlijke boterham aan. Bouwpartners gaan samen op met de bewoner of eigenaar. Deze integrale aanpak genereert maximale aandacht voor de techniek en materialen, om een zo goed mogelijk comfort te krijgen met zo min mogelijk energiekosten. Oplossend vermogen en deskundigheid van alle deelnemers wordt ten volle benut en snelle interactie is gegarandeerd. Het morfologisch ontwerp wordt namelijk gebruikt om alle kennis, ideeën en oplossingen te verzamelen en te ordenen en daaruit de meest optimale keuze te maken.

Scrum is nieuw
Scrummen is een nieuwe manier van werken met zelfsturende teams die constant op zoek zijn naar wat het beste werkt. Scrummen betekent procesinnovatie. Autonome teams van de plaatselijke architect/bouwkundige en de (werkvoorbereiders van de) plaatselijke aannemer en installateur gaan samen naar de bewoner die meedenkt met het scenario. DNA in de Bouw laat graag zien hoe het werkt en ondersteunt bouwpartijen die er mee aan de slag willen. Wie meer wil weten mailt met info@dnaindebouw.nl.